1. Speech bij de opening van de tentoonstelling ‘Een Postume Samenwerking. Ine Schröder en haar archief’ op 24 januari 2019, Bonnefantenmuseum Maastricht.

    Ine Schröder.
    Noem in het gezelschap van kunstenaars in Zuid-Limburg haar naam, en je krijgt een reactie van herkenning. En tegelijkertijd een fysieke respons die je een soort opbloeien zou kunnen noemen: Herinneringen waarin plezier en bewondering samenkomen. “O, ja! Ine Schröder! Heel mooi werk. Misschien wel het mooiste wat ik ooit gezien heb!” Waarop sommige de zeldzame toevoeging doen “Ze was misschien wel de belangrijkste kunstenaar van ons allemaal.”

    We lanceren satellieten, bouwen kathedralen, knutselen met DNA. Allemaal dingen die door hun schaal bewondering en respect afdwingen en soms ook nog mooi kunnen zijn. Maar wat is er aan de hand, als een handzaam bouwwerkje van een tiental slordig gezaagde latjes, losjes beschilderd en even losjes aan elkaar gelijmd, iemand laat uitroepen: “Het mooiste wat ik ooit gezien heb!” 

    Deze uitroep betrof vaak niet eens het werk zelf, maar slechts de herinnering eraan. Want zoveel werken waren er niet bekend en zoveel werken waren er zeker niet meer. De dingen binnen Ine Schröders handbereik hadden de neiging om voortdurend van vorm te veranderen. Niks was definitief. Opbouwen, afbreken, opbouwen en weer afbreken. Houtje eraan. Houtje eraf. Maar hoe maak je een tentoonstelling van werken die niet definitief zijn? Waar ieder kunstwerk voortdurend onderweg is, een tussenhalte op weg naar iets anders en onbekends? 

    Via het archief dat pas na haar overlijden in 2014 bekend werd en waarin al die tussenhaltes, fases en processen nauwkeurig waren vastgelegd, werd het mogelijk om het oeuvre te bevatten. De sculpturen, staketsels en bouwsels bleken niet haar communicatiemiddel, maar het archief, deze duizenden foto’s en dia’s, was de echte kern van haar artistieke praktijk. Een praktijk die zich niet afspeelde in grote kunstinstituten of in de schijnwerpers van de kunstwereld, maar bloeide in huiskamers, kleine kunstruimtes en voornamelijk in de hoofden van al diegenen die met haar werk in aanraking waren geweest. “O, ja! Ine Schröder!” 

    Maar hoe toon je dat, een archief van herinneringen en persoonlijk contacten? 

    Middels een methode die we ‘postume samenwerking’ hebben genoemd geven we u drie varianten om het archief met u te delen, weer tot leven te wekken. Dus geen rijen vitrines met foto’s, schetsen en brieven. Geen korrelig filmmateriaal. Haar archief is volgens ons niet historisch. Haar werken zijn nog springlevend! We geven dus wel een glimp van al die handen die ervoor gezorgd hebben dat de werken die we van Ine hebben nog bestaan, we tonen twee jonge kunstenaars die als artistieke familieleden de ruimtelijke ervaring van een installatie uit 1994 terugbrengen en belichten geheugensteuntjes uit schetsboeken die Ine Schröders denkprocessen tastbaar maken. De fysieke werken van Ine Schröder vindt u op de tweede etage, de herinneringen eraan op de derde. 

    Speciale dank aan Ben Leenen om deze herinneringen voor ons te ontsluiten, hij stelde het archief voor onderzoek beschikbaar. We geven hem het archief bij deze, in boekvorm, weer terug. 

    Merci.